Ons lichaam houdt van regelmaat. Niet alleen als het gaat om slapen en wakker worden, maar ook bij eten. Dat ritme wordt sterk beïnvloed door de hoeveelheid licht die we overdag krijgen. Dit noemen we ook wel daglicht eetgedrag: de manier waarop daglengte ons hongergevoel, onze eetmomenten en zelfs onze voorkeuren beïnvloedt.In de zomer zijn de dagen lang en licht. We staan eerder op, blijven langer actief en eten vaak later op de avond. In de winter gebeurt het tegenovergestelde. Het wordt vroeg donker, we bewegen minder en ons lichaam schakelt over op een ander tempo. Daardoor voelen veel mensen zich in de winter sneller hongerig of krijgen ze juist trek op andere momenten van de dag. Dat is geen toeval, maar een reactie op minder licht en een trager dagritme.
In de winter verandert daglicht ons eetgedrag duidelijk. Minder daglicht zorgt ervoor dat ons lichaam andere signalen afgeeft. Veel mensen merken dat ze ’s winters meer trek hebben in warme, vullende maaltijden. Denk aan stamppot, soep of pasta. Dat komt deels doordat we minder buiten zijn en ons lichaam energie wil vasthouden. Ook eten we vaker tussendoor. De korte dagen maken dat we sneller het gevoel hebben dat de dag “voorbij” is, terwijl het nog maar namiddag is.Daardoor schuiven eetmomenten naar voren en wordt snaaien verleidelijker. In de zomer is dat anders. Door het lange daglicht eten we vaak lichter, later en soms zelfs minder. Salades, fruit en koude gerechten passen beter bij het actieve zomerritme. Ons daglicht eetgedrag volgt dus niet de klok, maar het licht.
Zodra de dagen langer worden, verandert ons daglicht eetgedrag opnieuw. Meer licht betekent meer energie. We zijn vaker buiten, bewegen meer en hebben minder behoefte aan zware maaltijden. Veel mensen slaan in de zomer makkelijker een snack over of eten kleinere porties. Ook het tijdstip van eten schuift op.Avondeten om acht uur voelt in juli heel normaal, terwijl dat in januari laat aanvoelt. Dit heeft alles te maken met hoe ons lichaam daglicht interpreteert. Licht houdt ons alert en actief, waardoor we later op de dag nog energie hebben. Daardoor voelt eten minder als een noodzaak en meer als een sociaal moment. Barbecues, lange diners en terrasjes passen perfect bij dit zomerse daglicht eetgedrag, waarbij genieten belangrijker is dan vullen.
Het goede nieuws is dat je je eetpatroon kunt afstemmen op daglicht en je eetgedrag. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. In de winter kan het helpen om vaste eetmomenten aan te houden en bewust te kiezen voor voedzame maaltijden, zodat je minder snel grijpt naar snacks. Probeer ook overdag zoveel mogelijk licht mee te pakken, bijvoorbeeld met een korte wandeling.
In de zomer mag je juist luisteren naar je lichtere eetbehoefte en later eten als dat beter voelt. Door mee te bewegen met de seizoenen ontstaat er rust in je ritme. Je hoeft jezelf niets te ontzeggen, maar leert begrijpen waarom je lichaam anders reageert. Wie zijn daglicht eetgedrag herkent en accepteert, eet vaak vanzelf meer in balans – het hele jaar door.
Tip: Lees ook ‘De 5 kortste dagen van het jaar (qua daglicht)’
Als je dit resultaat opslaat, kun je het later terugvinden in je account.