Veel mensen ervaren dat opstaan niet elke dag even makkelijk gaat. Soms spring je energiek uit bed, terwijl het op andere dagen voelt alsof je lichaam nog midden in de nacht zit. Slaaponderzoek laat zien dat dit geen toeval is. Onze biologische klok, weekritmes en mentale verwachtingen spelen een grote rol bij wat voor veel mensen de moeilijkste dag om op te staan is.
Uit verschillende slaapstudies blijkt dat maandag voor veel mensen de moeilijkste dag om op te staan is. Dat heeft alles te maken met het zogenoemde sociale jetlag-effect. In het weekend gaan mensen vaak later naar bed en staan ze later op. Het lichaam past zich hier tijdelijk op aan.
Wanneer de wekker maandag weer vroeg gaat, is het biologische ritme nog niet teruggeschakeld. Het resultaat: een zwaar gevoel bij het wakker worden, vermoeidheid en moeite met concentreren in de ochtend.
Daarnaast speelt psychologie een rol. De overgang van vrije tijd naar werk of verplichtingen zorgt voor extra mentale weerstand. Hierdoor voelt dezelfde hoeveelheid slaap op maandag minder herstellend dan op andere werkdagen.
Slaap verloopt in cycli van ongeveer 90 minuten. Wie midden in een diepe slaapfase wakker wordt, ervaart meer sufheid en traagheid. Dit wordt ook wel slaapinertie genoemd.
Na lange werkdagen is de kans groter dat de wekker een slaapcyclus onderbreekt. In het weekend worden mensen vaker spontaan wakker aan het einde van een cyclus. Dat verschil verklaart waarom dezelfde persoon zich op zaterdag uitgerust voelt en op dinsdag of donderdag juist moe.
Onderzoek laat zien dat niet alleen de duur van de slaap belangrijk is, maar vooral de regelmaat. Een vaste bed- en opstaantijd helpt het lichaam om de slaapcycli beter af te stemmen op het moment van wakker worden.
Hoewel maandag vaak als zwaar wordt ervaren, melden veel mensen dat woensdag of donderdag mentaal zwaarder aanvoelt. Tegen die tijd is de opgebouwde vermoeidheid van de week merkbaar, terwijl het weekend nog niet in zicht is.
Slaaptekort werkt cumulatief. Zelfs een uur minder slaap per nacht kan zich na enkele dagen vertalen in een lager energieniveau. Dit verklaart waarom sommige mensen juist halverwege de week het gevoel hebben dat het opstaan steeds moeilijker wordt.
Toch blijkt uit enquêtes dat maandag gemiddeld nog steeds wordt genoemd als de moeilijkste dag om op te staan, vooral door de combinatie van ritmeverstoring en mentale weerstand.
In het weekend proberen veel mensen slaap in te halen. Hoewel dat tijdelijk helpt, kan het de biologische klok verder ontregelen. Later naar bed gaan en uitslapen verschuift het natuurlijke ritme, waardoor de overgang naar maandag opnieuw zwaar wordt.
Slaapexperts adviseren daarom om het verschil tussen week- en weekendtijden te beperken tot maximaal één uur. Zo blijft het lichaam beter afgestemd op het wekritme van de werkweek.
Ook blootstelling aan daglicht in de ochtend helpt. Licht is een belangrijke prikkel voor de interne klok en maakt wakker worden makkelijker, ongeacht welke dag het is.
Als je dit resultaat opslaat, kun je het later terugvinden in je account.