Vandaag: zaterdag 10 oktober 2026, Week 41
Waarom de maand januari naar de Romeinse god Janus is vernoemd (en andere maandnamen verklaard)

Heb je je weleens afgevraagd waarom januari eigenlijk januari heet? Of waarom we september, oktober, november en december zo noemen, terwijl die namen eigenlijk niet kloppen als je ze letterlijk vertaalt? De oorsprong namen maanden gaat terug tot het oude Rome, en het verhaal erachter is verrassend en soms zelfs een beetje absurd. Tijd om de kalender eens op z’n kop te zetten en te ontdekken waar onze twaalf maandnamen vandaan komen.

Januari: de god met twee gezichten

De maand januari dankt zijn naam aan Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Janus werd altijd afgebeeld met twee gezichten: eentje dat vooruitkeek en eentje dat terugkeek. Best toepasselijk voor de eerste maand van het jaar, toch? Je blikt terug op het afgelopen jaar en kijkt vooruit naar wat komen gaat. De Romeinen vonden Janus zo belangrijk dat ze hem de eer gaven om het kalenderjaar te openen.

Wat veel mensen niet weten, is dat januari niet altijd de eerste maand was. In de vroegste Romeinse kalender begon het jaar namelijk in maart. Pas rond 153 voor Christus werd januari officieel de eerste maand. Benieuwd welke maand het nu is? Dan tel je dus mee vanaf een startpunt dat al meer dan tweeduizend jaar oud is.

De oorsprong namen maanden: van Februarius tot Junius

Na januari volgt februari, vernoemd naar het Romeinse reinigingsfeest Februa. Dit was een periode van rituele zuivering, vlak voor het oorspronkelijke nieuwe jaar in maart. De naam heeft dus alles te maken met schoonmaken en opnieuw beginnen.

Maart is vernoemd naar Mars, de Romeinse god van de oorlog. Omdat maart ooit de eerste maand van het jaar was, was het logisch om die te koppelen aan een van de machtigste goden. April is wat mysterieuzer. De meest geaccepteerde verklaring is dat de naam afkomstig is van het Latijnse woord “aperire”, wat “openen” betekent. Denk aan bloemen die opengaan en de natuur die ontwaakt.

Mei is vernoemd naar Maia, de Romeinse godin van de groei en de vruchtbaarheid. Juni dankt zijn naam aan Juno, de godin van het huwelijk en de beschermvrouwe van Rome. Niet voor niets trouwen er traditioneel veel stellen in juni.

Julius Caesar en Augustus: maanden met een ego

Bij juli en augustus wordt het persoonlijk. Juli heette oorspronkelijk Quintilis, wat simpelweg “vijfde maand” betekende (tel maar na vanaf maart). Maar toen Julius Caesar de kalender grondig hervormde in 46 voor Christus, werd deze maand naar hem vernoemd. Wil je meer weten? Bekijk dan de leukste weetjes over de maand juli.

Augustus volgde hetzelfde patroon. Deze maand heette eerst Sextilis (“zesde maand”), maar keizer Augustus vond dat hij net als zijn adoptievader een eigen maand verdiende. Volgens de overlevering wilde hij bovendien dat zijn maand net zoveel dagen had als die van Julius Caesar. Daarom zou augustus 31 dagen hebben gekregen, gestolen van februari. Of dat verhaal helemaal klopt, is onder historici overigens omstreden.

September tot december: de telmaanden die niet meer kloppen

Hier wordt het pas echt grappig. De laatste vier maanden van het jaar hebben namen die gebaseerd zijn op Latijnse telwoorden:

Maar september is de negende maand, niet de zevende. En december is de twaalfde, niet de tiende. Hoe kan dat? Simpel: toen het Romeinse jaar nog in maart begon, klopten die nummers wel. Na de verschuiving van de jaarstart naar januari schoven alle maanden twee plekken op, maar de oude namen bleven gewoon bestaan. Niemand heeft de moeite genomen om ze aan te passen. Op de overzichtspagina met alle maanden zie je die volgorde mooi terug.

Waarom we deze namen nog steeds gebruiken

Het is eigenlijk bijzonder dat we in 2024 nog steeds Romeinse maandnamen gebruiken. Verschillende heersers en culturen hebben geprobeerd om de namen te veranderen. Keizer Nero wilde bijvoorbeeld april naar zichzelf vernoemen, en tijdens de Franse Revolutie werd een compleet nieuw kalendersysteem ingevoerd met namen als Thermidor en Brumaire. Niets daarvan heeft standgehouden.

De kracht van de Romeinse namen zit in hun verspreiding. Het Romeinse Rijk was zo groot en invloedrijk dat de kalender in heel Europa werd overgenomen. Via het Latijn en later via de Romaanse en Germaanse talen zijn de namen in vrijwel alle westerse talen terechtgekomen. Het Nederlandse “januari” lijkt nog steeds verdacht veel op het Latijnse “Januarius”.

De volgende keer dat je een nieuwe maand op de kalender ziet beginnen, weet je precies waar die naam vandaan komt. Van een god met twee gezichten tot ijdele keizers en telwoorden die niet meer kloppen: onze kalender is een levend stukje Romeinse geschiedenis. En dat maakt zelfs een doordeweekse dinsdagochtend in november net iets interessanter.

Wil je dit resultaat opslaan?

Als je dit resultaat opslaat, kun je het later terugvinden in je account.